exit
 

09. De Commando-eenheden vroeger en nu.

 

 

N°10 Inter-Allied Commando.

 

 

Het Nr 10 I A Commando werd gesticht in de lente 1942, het bestond uit « Troops » (+/- een honderdtal manschappen) van verschillende nationaliteiten elke troop had zijn eigen nummer.

 

De «1ste Troop » was de Franse en de eerste opgerichte in mei 1942 onder het bevel van de  Commandant (Majoor) KIEFFER. Ze was opgericht met matrozen.

 

Daarna de « 2de Troop », nederlanders onder het bevel van de Kapitein MULDERS.

 

DE « 3de Troop », ook « X-Troop » was bevolen door Bryan HILTON JONES (UK) en genoemd bestond uit Duitsers en Oostenrijkers (bijna allen joden), alsook Hongaren, Roemenen en Tsjechoslowaken, iedereen sprak Duits. Geen enkele maakte illusie over zijn lot in geval van gevangenschap door de Duitsers. De « X-Troop » werd niet gebruikt als specifieke gevechtseenheid. Kleine groepen vergezelden de andere « Troops » in het gevecht en dienden als tolken voor het verhoor van de gevangenen, ontcijferen van documenten enz…

 

De « 4th Troop », de Belgische was bevolen door de Kapitein Georges DANLOY.

 

De « 5th Troop » was Noors en bevolen door de Kapitein HAUGE.

 

"> De « 6th Troop » was Pools en was bevolen door de Majoor SMROKOWSKI.

 

> De « 7th Troop » was Yougoslavisch.

"> 

De « 8th Troop » was Frans en werd pas opgericht in mei 1943, ze was bevolen door de Luitenant TREPEL die voordien de tweede commandant was van de Commandant KIEFFER.

 

 

  

Staande, van links naar rechts.

 Kapitein E.F. LUTYENS (LO BE Troop) – Kapitein  CLARCKE (Adjutant (S1)) – LtKol Dudley LISTER (CO 10 IA) – Majoor P. LAYCOCK (2ic) – Kapitein Bryan HILTON JONES (OC X-Troop) – Kapitein HODGES (MO).

 

Zittend, van links naar rechts.

Luitenant WOLOSZOWSKI (2ic PO Troop) – Kapitein MULDERS (OC NL Troop) – Kapitein G. DANLOY (OC BE Troop) – Kapitein HAUGE (OC NO Troop) – Commandant (majoor) P. KIEFFER (OC FR Troop).

 

 

 

4th Troop of N°10 Inter-Allied Commando.

 

In juli 1942 wordt er in Groot-Brittannië een Belgische Troep opgericht die deel uitmaakt van het 10de Intergeallieerde Commando. Een honderdtal vrijwilligers, onder hen zeven officieren, die gerekruteerd werden in de eenheden van de Belgische Strijdkrachten in Groot-Brittannië, ondergaan een strenge training in het "Commando Basic Training Center" van Achnacarry in Schotland. De 4de Troep, onder bevel van Kapitein Georges DANLOY, behaalt er de groene muts.

 

 Na deze opleiding, installeert de 4de Troep zich te Abersoch in het Noorden van het Land van Wales om er de training verder te zetten. Zij verblijft eveneens te Porthmouth en Plymouth (opleiding amfibie) en te St Ives (rotsbeklimming).

 

In september 1943 scheept de 4de Troep in naar Noord-Afrika (streek van Algiers) en komt onder bevel van de "2de Commando Brigade". Einde november, begeeft ze zich naar Italië.

 

Op maandag 13 december om 13 uur wordt de 4de Troep in operatie ingezet en is aldus de eerste Belgische Eenheid van de Landmacht die het gevecht herneemt na de capitulatie van het Belgische Leger in 1940. Zij maakt deel uit van het VIIIste Leger en wordt in Italië op het front van de rivier Sangro ingezet om er patrouilles en raids uit te voeren, vooral in de bergachtige sectoren van Avellana en Montenero. Daarna wordt ze ingezet op het front van het Vde Leger en neemt deel aan de overschrijding van de Garigliano en aan de verovering van de Minturno en de Monte Ornito.

 

In maart 1944, opereert de 4de Troep in Joegoslavïe op het eiland Vis en neemt deel aan de verdediging van het eiland, voert bestokingsacties uit op de buureilanden en organiseert enteringsacties op vijandelijke bevoorradingsschepen.

 

De eenheid keert vervolgens naar Groot-Brittannïe terug van waaruit ze in juni 44 een verkenningsraid uitvoert op het eiland Yeu.

        

Op 1ste november 1944 nemen de Belgische Commando's deel aan de ontscheping op het eiland Walcheren dat bevrijd wordt na bittere gevechten.

 

In januari 1945, krijgt de 4de Troep versterking van 250 nieuwe Belgische Commando's die in de herfst van 44 in Belgïe werden gerekruteerd en van Achnacarry terugkwamen.

 

In april 45 voegt de 4de Troep, die sindsdien de naam van "Onafhankelijke Commando Eenheid" krijgt, zich bij de 1ste Commando Brigade, in het Noorden van Duitsland en eindigt de oorlog aan de Baltische kust. Zij wordt in mei 45 gelast met een veiligheidsopdracht in Schleswig-Holstein, de jacht op de nazi’s en de gevangenneming van Belgen die het nazi uniform droegen ; zij nemen ondermeer Majoor SBH HELLEBAUT gevangen, commandant van het “Légion Wallonie”.

 

Op 15 mei 1945, verwerft de Eenheid de rang van "Regiment Commando".

 

Drietalig was de "4th Troop"  samengesteld uit franstalige en nederlandstalige Belgen, alsook engelstaligen uit de Angelsaksische landen ; de voertaal in het "N° 10 Inter-Allied Commando" was het Engels.

-------------------------------------------------------------------------------------------------


HET 2de BATALJON VAN DE COMMANDO'S.

 

       

In september 1945 komt het Regiment Commando terug naar België en huisvest zich te Marche-les-Dames en Namen en later eveneens te Seilles.

 

Bij besluit van de Regent wordt het Regiment op 26 augustus 1946 een Standaard toegewezen en in oktober van hetzelfde jaar overhandigt de Prins Regent deze Standaard aan Luitenant-Kolonel Georges DANLOY gedurende een plechtigheid die plaats heeft op het Paleis van Brussel.

Op 1 april 1951, wordt de benaming Regiment Commando vervangen  door "Bataljon Commando". Gedurende enkele maanden draagt het de naam "1e Bataljon Commando" .

In 1955, bij de vorming van het Regiment Para-Cdo wordt zijn definitieve benaming het "2de Bataljon Commando".

Vanaf 1953 neemt het 2de Bataljon Commando actief deel aan de "Afrikaanse Periode" door de opleiding te verzekeren van talrijke detachementen die voor de Basis van Kamina, de Basis van Kitona en Ruanda bestemd zijn.

In die tijd was het Bataljon samengesteld uit twee fuselier-compagnies (1ste en 2de Compagnie)  een Staf en Diensten-Compagnie en een Compagnie Zware Wapens (Peloton Mortier, Peloton Recce en Peloton Pionnier).

 

Ten gevolge van de muiterij in januari 1959, wordt het Bataljon spoedig naar Leopoldstad gezonden waar het ongeveer een maand verblijft. De dienstplichtigen en een gedeelte van het kader zullen vervolgens het 4de Bataljon Commando vormen dat zich te Kitona in de Neder-Kongo vestigt.

 

In februari 1960, begeeft het 2de Bataljon Commando zich naar Kamina (de dienstplichtigen hebben drie maanden dienst) het blijft twee maanden om zijn opleiding verder te zetten (para brevet) om daarna naar Kitona te worden gestuurd om het 6de Bataljon Commando te vormen.

 

Tot februari 1962 vormt het 2de Bataljon Commando kader en dienstplichtigen om ze vervolgens aan het 4de Bataljon Commando dat in Ruanda gestationneerd is af te staan.

 

Na de "Afrikaanse Periode" wordt het 2de Bataljon Commando omgevormd in drie fuselier-compagnies (12, 14 16de Compagnie) en een Staf en Diensten Compagnie. Deze organisatie bestaat nu nog.

Van 16 tot 30 november, nemen een gedeelte van de Staf en de 12de Compagnie samen met het 1ste Bataljon Para deel aan de humanitaire operatie te Stanleystad en Paulis in Kongo. Het detachement krijgt een eervolle vermelding op het Dagorde van de Krijgsmacht.

 

Stanleystad.

… De 12de Compagnie van het 2de Bataljon Commando.

         "Heeft, van 24 november tot 27 november 1964, in hoge mate blijk gegeven van koelbloedigheid, dapperheid en tucht, bij het uitvoeren van een delikate en gevaarlijke bevrijdingsopdracht van Belgische en buitenlandse burgers die te Stanleystad en Paulis als gijzelaars waren gevangen gehouden".

 

Van juni tot augustus 1974, voert een detachement (30) een humanitaire opdracht uit ten voordele van de verhongerde bevolking van de Sahel.

 

In 1978, nemen 216 mannen (de 14de Compagnie en het Peloton Mortier) deel aan de humanitaire operatie in Shaba "Red Bean". Het detachement krijgt een eervolle vermelding op het Dagorde van de Krijgsmacht.

 

Kolwezi.

… De Compagnie ATk Para-Commando.

… De 14de Compagnie en het Peloton Mortier van het 2de Bataljon Commando.

         "Van 19 mei tot 10 juli 1978, blijk hebben gegeven van een opmerkelijke koelbloedigheid, van tucht en doeltreffendheid in het volbrengen van een bevrijdings' en beschermingsopdracht van de Belgen en de buitenlanders wier leven in Shaba en meer in het bijzonder in Kolwezi bedreigd werd".

 

In 1979, ontvangt het 2de Bataljon Commando de opdracht de Zaïrese Strijdkrachten op te leiden, zij is gekoppeld aan een afschrikkingsopdracht in Neder-Zaïre. Deze krijgt de codenaam "Green Apple". Het Bataljon krijgt de basis van Kitona als standplaats vanaf 12 februari en verblijft er tot 30 maart

 

In 1985 wordt het Bataljon in versterking geplaatst van de Rijkswacht en voert veiligheidspatrouilles uit om de bevolking tegen aanslagen van terroristen (C.C.C.) te beschermen.

 

In 1990, op 4 oktober, operatie "Green Beam", het Bataljon versterkt met één compagnie van het 3de Bataljon Para en één peloton van het Recce Escadron Para-Cdo, wordt naar Kigali te Rwanda gestuurd. Opdracht: het vliegveld bezetten en houden, dit om de Tutsi opstandelingen te beletten zich er meester van te maken en tevens de evacuatie van de Belgische onderdanen mogelijk te maken. De opdracht eindigt op 31 oktober.

 

September 1991, operatie "Blue Beam" in Zaïre, het Regiment Para-Cdo wordt er naartoe gestuurd om de Belgen te beschermen en te ontruimen. Op 27 oktober, wordt de 16de Compagnie naar Libreville te Gabon gestuurd als reserve.

 

April 93, het 2de Bataljon Commando lost het 1ste Bataljon Para af in Somalië, in het kader van de opdracht "UNOSOM". Het Bataljon is samen met de Batterij Para-Cdo de eerste eenheid van de Brigade Para-Cdo dat de blauwe muts van de V.N. draagt, het installeert zich in Kismayo.


Maart 94 neemt het Bataljon de opdracht van het 1ste Bataljon Para in Rwanda over, dit in het kader van de opdracht "UNAMIR" steeds in dienst van de V.N.

Op 6 april wordt de President van Rwanda vermoordt, wat in het ganse land een vloed van moorden zonder voorgaande ontketent.

Op 7 april wordt Mevrouw Agathe UWILINGIYIMANA, Eerste Minister van Rwanda, samen met haar kinderen, vermoord door soldaten van de presidentiele wacht.

Een sectie van het Peloton Mortier, belast met de bescherming van de Eerste Minister, heeft tevergeefs getracht haar vlucht te beschermen.

Aangehouden door Rwandese soldaten, wordt de sectie naar een Rwandees legerkamp overgebracht en daar op beestachtige wijze vermoord.

 

Tien Commando's laten daar hun leven:

 

 

De 19 april, beslist de Belgische Regering, de terugtrekking van de Commando's, uit de opdracht "UNAMIR" gevolgd door de operatie "Blue Safari", 16 vluchten C-130 van de 15de Wing Vervoer van de Luchtmacht laten toe, in minder dan 5 uren het 2de Bataljon Commando uit Kigali te verwijderen.

 

 1999, vanaf 17 april vliegt het Bataljon naar Albanië om deel te nemen aan de humanitaire operatie "Allied Harbour" voor begeleiding en bescherming van de konvooien der Kosovaarse vluchtelingen, tegen de Albanese Maffia, tussen Kukes en Mjeda. Na een kort verblijf in Kosovo keert het Bataljon terug naar België vanaf 17 juli.

 

 Sinds 1966 neemt het Bataljon samen met de anderen eenheden van de Brigade Para-Cdo geregeld deel aan de legeroefeningen in Denemarken, Griekenland, Italië en Turkije in de schoot van AMF(L).

 

Van 25 november 2002 tot 02 april 2003, onder het bevel van Luitenant Kolonel SBH A. MAES, het 2 Bataljon der Commando’s neemt deel aan de opdracht van de ONU “ BELUKROKO XI “ in KOSOVO om samen te werken met UNMIR en haar politie voor het behoud van de vrede in de zone ( A.O.R ) die haar is toegewezen, namelijk OPSTINA en LEPOSAVIC en anderzijds de valei van STARI TRG in het noorden van KOSOVO.

Van 30 januari tot 15 juni 2004 is het 2 Bataljon der Commando’s ontplooid in de Democratische Republiek van Congo ( RDC ) voor een opdracht van opleiding in de technieken van  “ PSO “ ( operatie handhaven van de vrede ) aan de 1 Congolese Brigade ( 3 Bataljons ), en dit in het kader van heropbouw van de F.A.R.D.C. ( Congolese Strijdkrachten ).

Van november 2004 tot maart 2005 in Kaboel neemt een detachement van het 2 Bataljon der Commando’s deel in de schoot van het 1 Bataljon van Parachutisten aan de opdracht ISAF beveiliging van de georganiseerde verkiezingen onder de bescherming van de UNITED NATIONS.

Het 2 Bataljon der Commando’s (-) verbleef te KABOEL in AFGHANISTAN sinds half februari voor de opdracht BELU-ISAF ( International Security Assistance Forces ) en bleef er tot begin juli 2008. Haar opdracht bestondt uit de voortzetting van de bewaking en werking van het vliegveld te KABOEL.

De algemene opdracht van ISAF 16 is het bijstaan van de Overheid voor het bekomen van een klimaat van stabiliteit in de streek van KABOEL en het geheel van AFGHANISTAN. Het 2 Bataljon der Commando’s als pilooteenheid leverde het grootste deel van het personeel van het detachement bescherming.

De bevelvoering van het detachement was in handen van de Majoor X. VAN DE WERVE, Officier Operaties van het Bataljon.

 

De 16 Kompagnie, detachement van het 2 Bataljon der Commando's nam deel aan de opdracht BELUFIL 10 in het zuiden van LIBANON en dit in het kader van de Tijdelijke Macht van de Verenigde Naties in Libanon (FINUL) van midden oktober 2009 tot einde februari 2010. Het detachement was bevolen door Majoor Luc LEMAIRE.

Met hun collega's, afkomstig van de andere eenheden bestondt hun opdracht hoofdzakelijk uit het waarborgen van de veiligheid van het belgische contingent, zowel binnen de installaties van, het Kamp SCORPION in TIBNIN als gedurende de opdrachten ontmijning van de Genie-Troepen, of gedurende de verschillende konvooien en verplaatsingen. Ze stonden onder het bevel van het 11 Bataljon Genie.

 

Van 29 december 2009 tot begin juli 2010, het bijna totale personeel van de Staf van het Bataljon, eveneens een groot deel kader en Commando’s van de 12 Kompagnie en de Staf en Diensten Kompagnie waren ontplooid te KUNDUZ, in het noorden van AFGHANISTAN. Hun opdracht, uitgevoerd in het kader van ISAF en OMLT ( Operational Mentoring & Liaison Team ) genoemd bestondt er uit een Gevechts-Bataljon van het Nationale Afghaanse leger te encadreren, in de eerste plaats in de planning en de leiding van hun operaties in de strijd tegen de Talibanen, maar ook, in functie van de gunstige gelegenheden en de beschikbare tijd, de opleiding en de training van de Afghaanse eenheden.

Van 21 november ( 12 op 34 zijn op 21 november vertrokken ) tot 11 december 2010,  in feite: 13 (2Cdo) en 3 (CE Cdo) zijn op 09 november vetrokken  + de Cdt MAURER op 08 november, iedereen heeft  België vervoegd op 18 december 2010 ) een detachement van het 2 Bataljon der Commando’s en Congolese militairen, onder het bevel van Majoor Thierry LANDAS, zijn in het noordwesten van de RDC op expeditie om een helikopter H-21B en de drie Belgische bemanningsleden te zoeken die in 1965 verdwenen in het evenaarswoud in de streek van BUTA.

URR 2 - Snelle Interventie Eenheid .

 

TtT

URR 1 werd uitgevoerd door het 3 Bn Para. Van begin oktober 2011 tot begin april 2012, 72 Commando's van het 2 Bataljon der Commando’s samen met 11 bijkomende militairen in versterking voor bepaalde functies (o.a.: dokter, enz.)verblijven te KINDU te paard op de Lualaba rivier in de MANIEMA) in Democratische Republiek van Congo) onder het bevel van de Korps Overste: Luitenant-Kolonel SBH Jean-Marc VERMEULEN. De opdracht bestaat uit de opleiding van het Congolese 322 Bataljon Commando en dit gedurende zes maanden. Dit bataljon zal nadien zijn garnizoen te LOKANDU vervoegen. 0m toe te laten aan een maximum personeel van het 2 Bataljon der Commando's deel te nemen aan deze opdracht zal ze uitgevoerd worden in drie rotaties van elk twee maanden.

 

Train the Trainer.

 

TtT

In 2014, onder het bevel van Luitenant Kolonel SBH Vincent Pierard, het 2 Bataljon der Commando’s heeft Congolese instructeurs gevormd die daarna de opleiding van het personeel in versterking van de eenheden URR (Eenheden Quick Reaction) van het Regeringsleger hebben verzekerd.

 

HOMELAND.

 

TtT

Sinds april 2015 neemt het 2 Bataljon der Commando’s deel aan de opdracht Homeland: beveiligen van verschillende punten in onze hoofdstad ten gevolge van de groeiende bedreiging van het terrorisme.

 

Het Bataljon op heden.

Ten gevolge van de herstructureringen van het belgisch leger is de getalsterkte van het Bataljon teruggebracht op drie kompagnies. Met de andere eenheden van de nieuwe structuur, Lichte Brigade ( 80% Para Commando ), vervult het 2 Bataljon der Commando’s aktief zijn voorbereidingen voor eventuele opdrachten zowel in BELGIE, EUROPA of OVERZEE. De veeleisende training stimuleert het vermogen van aanpassing en maakt er een operationele  keureenheid van. Gezien de omstandigheden, de opdrachten en de mogelijkheden zijn veranderd heeft de soldaat de kwaliteiten van zijn voorgangers niet verloren. Respect afdwingen, bewondering en de strijd gedurende de vele jaren is maar mogelijk door het bestaan en nooit verloochenen van de fundamenteel samengevatte kwaliteiten van het woord " SPIRIT " : vitaliteit , beschikbaarheid, overtreffen van zichzelf, naijver, vermogen van aanpassing, getrouwheid aan het vaderland,  kameraadschap, goed geluimd, een zekere dosis van eenvoud blijven de basis van onze verbintenis. Door het bewijzen van verbeeldingskracht en sterk in zijn kontakten en ervaringen heeft het bataljon de werkwijze van “ HOSTAGE RESCUE “ ontwikkeld om op die manier hoofd te bieden aan de onvermijdelijke toestanden gedurende de moderne conflicten.

Het bataljon is actueel bevolen door Lt-Kol Ir SBH Frédéric Linotte

Bijgewerkt op 17/10/2015

 

Kwartieren.

 Bij zijn terugkeer in België in september 1945, wordt het Regiment Commando te Marche-les-Dames geïnstalleerd. De dienstplichtigen worden op de citadel "Terra Nova" van Namen ingelijfd.

 

Bij de uitbreiding van de getalsterkte wordt het Regiment Commando gespreid over drie kwartieren: Marche-les-Dames, citadel van Namen en de kazerne van Seilles.

 

In 1952, bezetten twee compagnies (1ste en 2de) de kazerne van Seilles terwijl de Staf in het kasteel van Marche-les-Dames is ondergebracht en de 3de Compagnie in het kamp van Wartet gelegerd is.

In 1955 wordt het 2de Bataljon dat herleid is tot twee fuselier-compagnies en een Staf en Diensten compagnie, ondergebracht in de citadel van Namen en blijft er tot 1961, jaar van zijn verhuizing naar de kazerne Olt THIBAUT te Flawinne waar het heden ten dage nog altijd  gelegerd is.

 

Tradities.

Het 2de Bataljon Commando is de rechtstreekse erfgenaam van de tradities van de 4de Troep. De groene muts wordt er gedragen met een kenteken dat in 1950 werd gecreëerd.

Zijn leuze is "United we Conquer" (Samen Overwinnen Wij). De kleuren van de Eenheid zijn het zwart en het wit. Het personeel draagt zwarte wapenschildjes met wit biesje op de kraag (oude kledij) en een dolk op de epauletten, het woord "Commando" aan de bovenrand van elke mouw, het brevet "A" Commando op de rechtermouw en het brevet "A" Parachutist boven de rechter borstzak.

 

Het 2de Commando is van bij de aanvang tot 1982, tweetalig geweest. Nu is het spijtig genoeg eentalig Frans.

 

Op de 1ste januari 1995, verandert de naam van het Bataljon opnieuw van :

2de Bataljon Commando              naar               2de Bataljon van de Commando’s.

 

Sinds 4 juni 1972 is de Gemeente Han-sur-Lesse de peterstad van het Bataljon.

 

hansurlesse

 

2003-2006

 

Korpsoversten

 

 

Luitenant-Kolonel

G. Danloy

27 jul 1942

03 nov 1951

Luitenant-Kolonel

A. Renard

03 nov 1951

22 okt 1957

Majoor

P. Lemercier

22 okt 1957

17 apr 1959

Majoor

O. Janssens

17 apr 1959

26 jun 1961

Majoor

P. Lemercier

26 jun 1961

25 feb 1962

Majoor

A. Lemasson

25 feb 1962

26 jun 1964

Majoor SBH

J. Rousseaux

26 jun 1964

23 maa 1967

Majoor

A. Bruggeman

23 maa 1967

21 jun 1969

Luitenant-Kolonel

R. Meunier

21 jun 1969

13 okt 1972

Luitenant-Kolonel SBH

R. Lardin

13 okt 1972

07 feb 1975

Luitenant-Kolonel

J. Celis

07 feb 1975

12 apr 1975 (+)

Luitenant-Kolonel SBH

H. de Maere d'Aertrycke

09 jun 1975

23 jun 1978

Luitenant-Kolonel SBH

R. De Clerck

23 jun 1978

04 jul 1980

Luitenant-Kolonel SBH

L. Henrot

04 jul 1980

03 sep 1982

Luitenant-Kolonel SBH

J. Jeunehomme

03 sep 1982

26 sep 1985

Luitenant-Kolonel SBH

A.De Smet

26 sep 1985

11 sep 1987

Kolonel Ir SBH

C. Buze

11 sep 1987

05 sep 1990

Luitenant-Kolonel

F. Van De Weghe

05 sep 1990

24 sep 1993

Luitenant-Kolonel SBH

J. Dewez

24 sep 1993

17 okt 1995

Luitenant-Kolonel SBH

D. Adam

17 okt 1995

03 apr 1998

Luitenant-Kolonel

Ph. Lattaque

03 apr 1998

07 jun 2001

Luitenant-Kolonel SBH

A. Maes

07 jun 2001

23 mei 2003

Luitenant-Kolonel SBH

P. Laureys

23 mei 2003

22 feb 2006

Luitenant-Kolonel SBH L. Hanset 22 feb 2006

19 dec 2007

Luitenant-Kolonel SBH C. Closset 19 dec 2007

28 okt 2010

Kolonel SBH JM Vermeulen. 28 okt 2010

05 sep 2013

Luitenant-Kolonel SBH V. Pierard 05 sep 2013

07 okt 2015

Luitenant-Kolonel Ir SBH F. Linotte 07 okt 2015

 

 

Korpsadjudanten.

 

 

 

 

Adjudant

J. Jonckers

1942-1948

Adjudant

A. Jamin

1948-1959

Adjudant

L. Dewilde

1959-1972

Adjudant-Chef

G. Helderweirt

1972-1980

Adjudant-Chef

T. Van Mol

1980-1981

Adjudant-Chef

J. Leysen

1981-1993

Adjudant-Majoor

P. Martinus

1993-2003

Adjudant-Majoor

C. Fievet

2003- 2011

Adjudant-Chef

H. Lamotte

2011-

 

 

Korpskorporaals.

 

 

 

 

1ste Korporaal-Chef

J. Mayeur

1995-1997

1ste Korporaal-Chef

P. Lambrette

1997-1999

1ste Korporaal-Chef

J-C. Verschaeren

1999- 2010

1ste Korporaal-Chef

A. Masson

2010-

-------------------------------------------------------------------------------------------------

 

HET 4de BATALJON COMMANDO.

 

 

Het 4de Bataljon Commando wordt opgericht op 2 april 1959 met de dienstplichtigen en een gedeelte van het kader van het 2de Bataljon Commando dat vanaf 10 januari ten gevolge van de muiterij te Leopoldstad, naar Belgisch Kongo werd overgevlogen.

 

Het Bataljon installeert zich te Kitona en van dan af verzekert het een permanente aanwezigheid van de Metropolitaanse Strijdkrachten in Neder-Kongo.

 

In april 1960, na een verblijf van een jaar te Baki, verlaat het 4de Bataljon Kongo om zich te gaan vestigen in Ruanda. Het moet verschillende keren tussenkomen om de rust te handhaven en om bloedige gevechten tussen Batutsi en Bahutu te voorkomen.

 

In juli 1960 komen de pelotons zware wapens van de Staf en Diensten compagnie tot tweemaal tussen om hulp te bieden aan de bevolking van Goma en om het vliegveld te veroveren.

 

De 1ste Compagnie voert een geparachuteerde operatie uit op Bunia en daarna rukt een peloton op naar Mongbwalu om er twee kolonnes van Europese vluchtelingen te ontzetten. Onder weg valt het peloton in drie hinderlagen, drie Commando's worden doodgeschoten : DELAHAUT – SOSNOWSKI – HOSSELET.

 

In januari 1961 te Kisenyi weerstaat de 1ste Compagnie aan een aanval van het Nationale Kongolese Leger vanuit Goma. De Commando C. RENARD die gevangen genomen werd gedurende een nachtpatrouille, wordt door de Kongolese soldaten vermoord.

 

Het 4de Bataljon zal de opdracht van handhaving van de openbare orde in Rwanda uitvoeren tot de onafhankelijkheid van dit land, op 1 juli 1962.

Zijn personeel zal gerepatrieerd worden in de loop van de maand juli en het Bataljon zal officieel ontbonden worden op 1 oktober 1962.

 

In de jaren 70 wordt het 4de Commando een reservebataljon dat gevormd wordt met reservisten uit de andere bataljons terwijl het kader door het Trg C Cdo geleverd wordt. Het is samengesteld uit de 23, 24 en 25ste Compagnie en een Staf en Diensten Compagnie.

Heroproepingen van dit Bataljon in 1974, 77, 83, 86.

 

Tradities.

Het Koninklijk Besluit n° 7397 van 23 oktober 1959 kent een Standaard toe aan het 4de Bataljon Commando. Het embleem wordt door Z.M. de Koning overhandigd aan Majoor V. BRUNEAU gedurende een plechtigheid die plaats vindt op het voorplein van het Jubelpark op 1 april 1960.

 

Na de ontbinding van het Bataljon wordt de Standaard in bewaring gegeven in het Koninklijk Legermuseum. Op 20 april 1976 wordt hij aan het Trg C Cdo toegekend.

        

Het 4de Bataljon Commando had de tradities van de Commandos, groene muts en het kenteken van het 2de Bataljon Commando genomen. Tijdens de jaren 70 heeft, het Bataljon, reserve bataljon van het Regiment Para-Commando dan zijn eigen kenteken, de copij van het wapenschild, ontworpen in 1962 door zijn Korpsoverste, Majoor V. BRUNEAU: een dolk en een palmboom met als achtergrond de Afrikaanse Ster.

 

Kwartieren.

Bij zijn oprichting in 1959, te Baki, daarna in Ruanda: de Staf en Diensten Compagnie te Kigali, de 1ste Compagnie te Astrida dan te Kisenyi en de 2de Compagnie te Shangugu.

 

 

Korpsoversten in Afrika.

 

 

 

 

Majoor

P. Lemercier

april-juli 1959

Majoor

O. Janssens

juli-november 1959

Majoor

V. Bruneau

nov 59-aug 60

Commandant

A. Lemasson

aug-okt 60

Commandant

J. Vaes

a.i. okt 60-jan 61

Majoor

P. Lemercier

jan-juli 61

Majoor

O. Janssens

juli 61-feb 62

Majoor

V. Bruneau

feb-okt 62

 

 

Korpsadjudanten.

 

 

 

 

Adjudant

B. Schils

1959-1961

1ste Sergeant-Majoor

M. Leiding

1962-1962

                                                                                                                                            

-------------------------------------------------------------------------------------------------

 

HET 6de BATALJON COMMANDO.

 

Het 6de Bataljon Commando wordt op 16 mei 1960 met de dienstplichtigen en een deel van het kader van het 2de Bataljon Commando gevormd. Die werden in februari naar Belgisch Kongo gestuurd.

 

Het Bataljon vestigt zich op de basis van Kitona en neemt er de plaats in van het 4de Bataljon Commando dat naar Ruanda wordt overgebracht.

 

Op 30 juni wordt de 2de Compagnie afgedeeld op de basis Stanley te Leopoldstad. Zij zal ondermeer tussenkomen om de Commandant van de "Force Publique", Luitenant-Generaal E. JANSSENS, uit de handen van de rebellen te houden en op 12 juli zal ze zich meester maken van het vliegveld van Ndjili.

 

Intussen verovert het Bataljon, dat in Kitona gebleven was, Boma op 11 juli, organiseert de evacuatie van vluchtelingen en brengt deze in kolonnes naar Kitona.

 

Op 14 juli s'morgens, neutraliseert de 1ste Compagnie (+) de marine-basis van Banane.

In de namiddag wordt het Bataljon volledig gehergroepeerd op het vliegveld Ndjili.

 

Op 16 juli verovert het Bataljon Coquilhatstad.

 

Op 17 juli verovert de 2de Compagnie (+) Boende.

 

Op 31 juli wordt het Bataljon gehergroepeerd te Baki.

 

In augustus 60 vestigt het 6de Bataljon Commando zich te Usumbura (Urundi).

 

Op 24 december begeleidt het Peloton Recce een detachement van het Nationale Kongolese Leger dat zal trachten het door rebellen bezette Bukavu te heroveren; het Peloton Recce wordt onder vuur genomen door de rebellen en trekt zich terug want het mag, volgens de gegeven orders, niet tussenkomen.

 

Op 31 december 1960, wordt het 6de Bataljon Commando ontbonden.

 

 

Korpsoversten.

 

 

 

 

Commandant

A. Lemasson

mei-augustus 1960

Majoor

P. Lemercier

augustus-december 1960

 

 

Korpsadjudant.

 

 

 

 

Adjudant

H. Pellens

 

                                              

-------------------------------------------------------------------------------------------------

 

HET TRAININGSCENTRUM VOOR COMMANDO'S.

 

 

De eerste Belgische Commando's onder bevel van Kapitein Georges DANLOY ontvingen hun commando basisopleiding in augustus 1942, in het "Commando Basic Training Center" te Achnacarry in Schotland.

 

Op het einde van de oorlog, vestigden de Belgische Commando's zich in Duitsland in de streek van Lübeck. Enkele vrijwilligers die zich in Duitsland bij de Commando eenheid kwamen voegen, deden hun commando-kamp aan de kust van de Baltische Zee in Schleswig-Holstein. Het is op het einde van dit kamp dat de eerste commando-brevetten na de oorlog werden uitgereikt.

 

Op 12 september 1945, verlaat de Commando Eenheid Duitsland om zich te installeren te Marche-les-Dames. De eerste dienstplichtigen die in december 1945 worden ingelijfd, verblijven in de Citadel van Namen. Het is in die tijd dat de Onder-Luitenanten de HEUSCH en LIENARD de opdracht krijgen een commando kamp op te richten te Marche-les-Dames in een natuurlijk kader dat wonderlijk goed beantwoordt aan de bijzondere vereisten van deze opleiding: rotsen – water – bossen – heuvelachtig terrein. Hindernisbanen worden gecreëerd, ondermeer de "Stamina" en "Do or Die" van Achnacarry zullen een Belgische versie krijgen.

Het kamp Commando van Marche-les-Dames zal de eerste miliciens op 16 februari 1946 ontvangen.

 

Het bevel over het kamp zal worden toevertrouwd aan Onder-Luitenant Pierre BEAUPREZ.

 

Op 20 oktober 1947 wordt het Commando Opleidingscentrum omgevormd tot een Onafhankelijke Eenheid en het bevel ervan overgenomen door Kapitein Pierre ROMAN. Van dan af zullen de cursussen (brevet "A", "B" enz) zich zonder onderbreking opvolgen in het Centrum voor Commando-Opleiding.

 

Sinds maart 1979 is het Commando-Opleidingscentrum het Centrum voor Opleiding van het Regiment (nu Brigade) Para-Cdo geworden. Het is ingedeeld in vier compagnies: drie Opleidingscompagnies en een Schoolcompagnie te Wartet, een Compagnie Kamp en een Staf en Diensten te Marche-les-Dames.

 

Sinds einde 1955, zijn alle leden van de Brigade Para-Cdo er toe verplicht het Commando brevet te Marche-les-Dames te behalen.

 

In april 94, in de schoot van de Brigade Para-Cdo, neemt een detachement deel aan de opdracht "Silver Back" in Rwanda, dit om de evacuatie van de buitenlanders mogelijk te maken.

 

Tradities.

De Standaard van het 4de Bataljon Commando werd op 20 april 1976 aan het Commando-Opleidingscentrum toevertrouwd.

 

Het personeel van het Centrum draagt de muts van zijn eenheid van oorsprong met het brigadekenteken. De Commandant draagt de groene muts en het uniform "Commando".

 

Kwartier.

Het Opleidingscentrum voor Commando's is sinds zijn oprichting te Marche-les-Dames gevestigd. Tot 1981 was dit kwartier gekend onder de naam Kwartier "Arenberg" naar de naam van de oude eigenaars, die werden onteigend. Op 23 oktober 1981 heeft het de naam van Kwartier "Luitenant-Generaal Pierre ROMAN" gekregen.

 

 

Korpsoversten.

 

 

 

 

Kapitein

P. Roman

1947-1950

Luitenant

A. Lemasson

1950-1953

Kapitein

R. Meunier

1953-1958

Majoor

J. Militis

1958-1964

Majoor

A. Gosse

1964-1968

Luitenant-Kolonel

G. de Groote

1968-1972

Luitenant-Kolonel

R. Vanderperre

1972-1976

Majoor

L. Raes

1976-1979

Luitenant-Kolonel SBH

P. Malherbe

1979-1981

Luitenant-Kolonel

P. Deom

1981-1985

Luitenant-Kolonel SBH

J. Beaudoin

1985-1988

Luitenant-Kolonel

J. Engelen

1988-1990

Luitenant-Kolonel

L. Noel

1990-1992

Luitenant-Kolonel SBH

L. Legrain

1992-1994

Luitenant-Kolonel

E. Debontridder

1994-1998

Luitenant-Kolonel

A. Baumans

1998-2000

Luitenant-Kolonel

D. Doumont

2000-2001

Luitenant-Kolonel SBH

B. Vandriessche

2001-2005

Luitenant-Kolonel SBH P. Lupcin 2005-2008
Luitenant-Kolonel A. Dantinne 2008-2011
Luitenant-Kolonel SBH Th. Hinnekens 2011-2014
Luitenant-Kolonel SBH St. Van Den Bogaert 2014-2016
Majoor X.Van De Werve de Schilde 2016-

 

 

Korpsadjudant.

 

 

 

 

Eerste-Sergeant

L. Peeters    

1947-1958

Eerste-Sergeant

A. Paenhuys

1958-1961

Adjudant

B. Schils

1961-1964

Adjudant

G. Deroost

1964-1970

Adjudant-Chef

A. Paenhuys

1970-1978

Adjudant-Chef

M. Leiding

1978-1980

Adjudant-Chef

L. Verheyden

1980-1981

Adjudant-Chef

T. Van Mol

1981-1987

Adjudant-Chef

L. Debaerdemaeker

1987-1993

Adjudant-Majoor

J. Catinus

1993-2004

Adjudant-Majoor

M. Jassogne

2004-2010

Adjudant-Majoor

M. Vanderlinden

2010-2013

Adjudant-Chef

T. Verachtert

2013-

 

 

Korpskorporaals.

 

 

 

 

1ste Korporaal-Chef

C. Larbouillat

1996-1997

1ste Korporaal-Chef

S. Dubois

1997-2003

1ste Korporaal-Chef

A. Trullemans

2003-2013

1ste Korporaal-Chef

S. Warzee

2013-

-------------------------------------------------------------------------------------------------

 

DE ANTITANK COMPAGNIE PARA-COMMANDO.

Wanneer er in 1962 een einde kwam aan de opdrachten in Afrika werd het Regiment Para-Cdo geörienteerd naar tussenkomsten op het Europese operatiegebied. Daartoe was nodig, te kunnen beschikken over een eenheid uitgerust met antitank wapens die doeltreffender waren dan de antitank granaat en de blindicide en dit over een afstand van 2.000 meter.

 

Met dit doel werd de Antitank Compagnie opgericht.

 

Kader en schutters van de toekomstige eenheid volgen vanaf augustus 1962, een vormingscursus van twee maanden in het ENTAC-Centrum van de Infanterie School te Leopoldburg.

 

De Eenheid wordt officieel opgericht op 1 maart 1963 in het Kwartier Olt THIBAUT te Flawinne.

 

De nieuwe Compagnie wordt uitgerust met draadgeleide tuigen ENTAC (ENgin Téléguidé Anti-Char) van Franse conceptie. Zij is samengesteld uit een Staf en drie pelotons van elk twee secties. De Compagnie werkt als Onafhankelijke Compagnie.

 

In 1970, vraagt Grandhan het peterschap van de Compagnie ATk te mogen uitoefenen en op 15 en 16 augustus vindt in deze Gemeente de plechtigheid van dit peterschap plaats.

 

In 1978, neemt de Compagnie deel aan de operatie "Red Bean" in Shaba van 18 mei tot 26 juni. Zij wordt vermeld op de Dagorder van het Leger.

 

Kolwezi.

… De Compagnie ATk Para-Commando.

… De 14de Compagnie en het Peloton Mortier van het 2de Bataljon Commando.

         "Van 19 mei tot 10 juli 1978, blijk hebben gegeven van een opmerkelijke koelbloedigheid, van tucht en doeltreffendheid in het volbrengen van een bevrijdings' en beschermingsopdracht van de Belgen en de buitenlanders wier leven in Shaba en meer in het bijzonder in Kolwezi bedreigd werd".

 

In 1979, wordt de Compagnie die intussen geprofessionaliseerd is, uitgerust met nieuwe tuigen : de MILAN (MIssile Leger ANtichar).

 

In 1988, tijdens de opdracht van de Zeemacht in de Persische Golf, levert de Compagnie permanent twee milanschutters die op regelmatige tijdstippen zullen afgelost worden.

 

In 1991, neemt de Antitank Compagnie Para-Cdo deel aan de humanitaire operatie "Blue Beam" in Zaïre van 26 oktober tot 7 november. Zij is verantwoordelijk voor de evacuatie van de vluchtelingen van Moanda, Matadi en Kikwit.

 

Begin 93 wordt de Compagnie naar Brazzaville gestuurd, klaar om in Zaïre tussen te komen, voor de evacuatie van buitenlanders.

 

In juli 93 neemt de Compagnie deel, aan de opdracht "UNOSOM II" in Somalië onder de blauwe muts, in dienst van de V.N., en werkt daar als verkenningseenheid, een peloton op CVRT, een peloton op gepantserde jeeps.

 

Begin 1994, op 8 april, de dag na de bevelsovergave tussen Majoor Lattaque en Majoor Kesteloot, wordt de Cie ATk in alarmtoestand gebracht om deel te nemen aan de operatie “Silver Back” in Rwanda.

Ze wordt uiteindelijk op 9 april naar Nairobi (Kenya) overgevlogen waar ze in reserve blijft, alleen enkele elementen zullen kortstandig het vliegveld van Kigali verdedigen met het 2 Bn Cdo.

Op 21 april keert de Eenheid terug naar Belgïe, na een vals alarm en een tussenlanding te Djibouti waar een tussenkomst in Burundi, samen met de Franse strijdkrachten, ter studie lag.

 

Op 27 mei 94, 31 jaar na haar oprichting, wordt ze ontbonden als onafhankelijke eenheid, zij werkt nu samen met het 3de Lanciers Para (3 LP dat op zijn beurt zal ontbonden worden in 2003) en ze vormen samen een nieuw Para-Cdo bataljon.

Het personeel draagt nu de wijnrode muts.

 

Tradities.

De Compagnie had de Commando tradities overgenomen en zij droeg de groene muts met het kenteken van het Regiment Para-Cdo en had op de kledij dezelfde attributen als het 2de Bataljon Commando.

 

 

Korpsoversten.

 

 

 

 

 

 

Majoor

G. De Groote

01 maa 1963

30 sep 1968

Majoor

R. Vanderperre

30 sep 1968

29 jan 1971

Majoor

E. Genot

29 jan 1971

10 sep 1973

Commandant SBH

P. Malherbe

10 sep 1973

16 sep 1974

Commandant

A. Detry

16 sep 1974

15 jun 1976

Majoor

F. Hanot

15 jun 1976

16 sep 1978

Commandant

B. Brijs

16 sep 1978

01 aug 1980

Majoor

H. Laroy

01 aug 1980

29 jul 1982

Majoor

A. Gerard

29 jul 1982

05 okt 1984

Majoor

L. Noel

05 okt 1984

22 dec 1988

Majoor

Y. de Lavareille

22 dec 1988

04 jan 1991

Majoor

Ph. Lattaque

04 jan 1991

07 apr 1994

Majoor

H. Kesteloot

07 apr 1994

27 mei 1984

 

 

Korpsadjudanten.

 

 

 

 

Adjudant

J. Hauffman

1963-1965

Adjudant

M. Leiding

1965-1971

Adjudant-Chef

R. Brichard

1971-1983

Adjudant-Chef

M. Cardinal

1983-1989

Adjudant

M. Etienne

1989-1992

Adjudant

M. Dimanche

1992-27 mai 1994

 

 

Korpskorporaal

 

 

 

 

Korporaal-Chef

S. Dubois

1991-27 mai 1994

 

-------------------------------------------------------------------------------------------------

 

DE VELDARTILLERIE-BATTERIJ PARA-COMMANDO.

 

Om de vuurkracht van het Regiment Para-Cdo op te drijven en te vermeerderen wordt in 1972 beslist een artillerie-eenheid Para-Commando op te richten.

 

Op 14 mei 1973 wordt deze eenheid ten titel van experiment te Brasschaat samengesteld. Zij bestaat uit het personeel van het Peloton Mortier 4"2 van het 1ste Bataljon Para, het 2de Bataljon Commando en het 3de Bataljon Para. Commandant SBH L. HENROT krijgt het bevel over deze nieuwe eenheid.

 

De 1ste april 1974, wordt het statuut van onafhankelijke eenheid toegekend.

 

De Batterij (tweetalig) bestaat uit 9 officieren, 24 onderofficieren en 97 korporaals en soldaten.

 

De Batterij is dus opgevat om als onafhankelijke eenheid te kunnen optreden en is uitgerust met zes kanonnen "Howitzer 105mm" die getrokken worden met camionnette Unimog Diesel.

 

Zij neemt regelmatig deel aan de oefeningen AMF(L) (Denemarken, Italïe, Griekenland, Turkije). Zij neemt ook deel aan de jaarlijkse artillerie-oefeningen AMF(L).

 

Sinds 1995, is de Batterij gehecht, zoals de Brigade Para-Cdo, aan de Multinationale Divisie (MNDC)

 

Vanaf 29 januari tot 9 februari, neemt de Batterij deel aan de operatie "Sunny Winter" te Brazzaville (Kongo), samen met het 3de Bataljon Para en de Compagnie ATk, klaar om de evacuatie uit Zaïre van de buitenlanders te beschermen.

 

In 1993 neemt de Batterij gedurende vier maanden samen met het 2de Bataljon Commando deel aan de opdracht "UNOSOM" in Somalië, onder de blauwe muts, in dienst van de V.N.

 

In april 94, in de schoot van de Brigade Para-Cdo neemt de Batterij deel aan de opdracht "Silver Back" in Rwanda, om de evacuatie van de buitenlanders en de terugtrekking van het 2de Commando in opdracht van "UNAMIR" mogelijk te maken.

 

In mei 97, heeft de Batterij deelgenomen aan de operatie "Green Stream" in Congo, als vierde compagnie van het 2de Bataljon Commando

 

Einde 1997, heeft de Batterij 12 nieuwe kanons ontvangen, van Franse makelij, een 105mm GIAT Lg I MKII, in vervanging van de oude "HOWITZER 105 (Ammerikaans) van 55 jaar oud.

Ze behoudt nochtans drie "HOWITZER 105" U.S., voor de ere salvo's ter gelegenheid van gebeurtenissen die de kononklijke familie aanbelangen (huwelijken, geboorte's, overlijden, eedaflegging van de koning...). De Batterij is de enige in de schoot van het belgisch leger die over getrokken stukken beschikt, hun gebruik is eenvoudiger en ekonomischer.

 

In april 99, vergezeld een detachement van de Batterij het 2de Bataljon van de Commandos in Albanië tijdens de operatie "Allied Harbour", escorteert en beschermt de konvooien van de Kosovaarse vluchtelingen van Kukes tot Mjeda, tegen de Albanese maffia. Het keert midden juli terug naar België na een klein verblijf in Kosovo.

 

Het tweede gedeelte van de Batterij vertrekt op zijn beurt naar Albanië, in versterking van het 3de     Regiment Lansiers Para, zij keert terug naar België in de helft van de maand augustus.   

 

Sinds 4 september 1976 is Bornem de peterstad van de Batterij.

 

Tradities.

De Batterij heeft de tradities overgenomen van de Commando's: groene muts met eigen speciaal kenteken en met dezelfde attributen op de kledij als het 2de Bataljon Commando.

 

De 6 artillerie stukken werden gedoopt met de eervolle vermeldingen voorkomend op zijn Vaandel en op de Vaandels van de Para-Commando Bataljons : Normandië, Oldenburg, Italië, Walcheren, Chatkol, Imjin.

 

Sinds 02 maart 2004 is de Batterij Veldartillerie Para-Commando samengesmolten met het

2de Bataljon Artillerie (2A), ze draagt voortaan de naam van Batterij Para-Commando / 2A, het personeel behoudt zijn kentekens Para-Commando en blijft sprongen uitvoren. De Batterij behoudt tevens het embleem van RACh die ze ontving toenze de Batterij Veldartillerie Para-Commando was.

 

Kwartier.

Vanaf zijn oprichting is de batterij gehuisvest te Brasschaat.

 

 

Korpsoversten

 

 

 

 

Majoor SBH

L.Henrot

1973-1975

Majoor

E. Van Den Broek

1975-1979

Majoor SBH

C. Buze Ir

1979-1981

Majoor SBH

J-P. Roman Ir

1981-1983

Majoor SBH

W. Vanstraelen

1983-1986

Majoor

L. Saelens

1986-1990

Commandant

M. Compernol

1990-1994

Majoor

R. Koumans

1994-1996

Majoor

M. De Pauw

1996-1998

Commandant

L. Helsen

1998-2000

Majoor

H. Holsteyns

2000-2003

Commandant

E. Norga

2003-2004

                                                                      

 

Korpsadjudanten.

 

 

 

 

Adjudant-Chef

A. Vandermaelen

1976-1986

Adjudant-Majoor

W. Ophalvens

1986-2003

Adjudant-Chef

M. Van Hassel

2003-2004

 

 

Korpskorporaals.

 

 

 

 

Korporaal-Chef

G. Pannier

1995-1999

Korporaal-Chef

H. Claessens

1999-2004

-------------------------------------------------------------------------------------------------

DE 14de COMPAGNIE GENIE PARA-COMMANDO.

 

De 14 oktober 1991 beslist de Stafchef van de Landmacht de Brigade Para-Commando met een Genie Compagnie uit te rusten.

 

De 14de Compagnie Genie ( nederlandstalig ) gelegerd te Arolsen in BSD, wordt aangeduid om deze rol te vervullen en de eerste onderofficieren beginnen hun opleiding Para-Cdo te Marche-les-Dames.

 

Op 01 juli 1992 wordt de 14de Compagnie Genie Para-Commando officieel opgericht.

 

Met een sterkte van 9 officieren, 46 onderofficieren en 128 korporaals en soldaten is de Compagnie samengesteld uit :

 - twee pelotons "gevechtsgenie";

- een peloton "mijnenleggers";

- een peloton "ontmijners";

- een peloton "MAT";

- en een peloton Staf van de Compagnie met een sectie "gevechtszwemmers".

 

Van 23 december 1992 tot 14 december 1993 levert de Compagnie per rotatie één peloton in versterking voor de operatie "Restore Hope" en "UNOSOM" in Somalië. In een jaar neemt de ganse Compagnie alzo deel aan de gewapende humanitaire opdrachten onder het schild van de V.N.

 

1993, operatie "Sunny Winter" ter bescherming van de evacuatie van de buitenlanders te Kinshasa, een sectie wordt ter versterking gegeven aan het 3de Bataljon Para en de Compagnie ATK te Brazzaville (Kongo). De sectie verblijft er van 30 januari tot 07 februari.

 

Hetzelfde gebeurt tijdens de operatie "Silver Back" te Rwanda in april 1994, de Compagnie levert één sectie als direkte steun te Djibouti van 27 april tot 05 mei.

 

1999, vanaf de 17 april, in versterking van het 2de Bataljon van de Commandos, een gedeelte van de 14de Compagnie Genie neemt deel aan de humanitaire operatie "Allied Harbour" van de NAVO in Albanië. Einde juli keert ze terug naar België.

Het tweede gedeelte van de Compagnie, in versterking van het 3de Regiment Lanciers Para, vertrekt half juli ook naar Albanië, met een verblijf in Kosovo voor zijn terugkeer naar België half augustus.

 

Kwartier.

In mei en juni 1992 verhuist de Compagnie uit Duitsland en installeert zich in België te Emblem tegen Lier. In april-mei 94 verhuist de 14de Compagnie Genie Para-Cdo en verandert van garnisoen, zij installeert zich te Heverlee bij Leuven.

 

Tradities.

De 14de Compagnie Genie Para-Commando heeft de tradities van de Commandos genomen en draagt de groene muts met het kenteken van de Brigade, kenteken waarop een genie helm voorkomt. De kledij is dezelfde als deze gedragen door het 2de Bataljon Commando.

 

De 14de Compagnie heeft als leuze "VIA VI" en is in het bezit van het Vaandel van het 14de Bataljon Genie, het betreft een vlaggetje met de vermeldingen "Antwerpen, Ijzer, Veldtocht 1914-1918;

 

Sinds 1994 heeft Sint-Niklaas het peterschap aanvaard over de Compagnie.

 

Op 03 september 2003, wordt de 14 Cie Genie Para-Commando ontbonden.

  

 

Korpsoversten.

 

 

 

 

Majoor

B. Vercruyssen

1992-1994

Majoor

P. Van Goethem

1994-1997

Majoor

W. De Cauwer

1997-2000

Majoor 

R. Wagemans

2000-2003

 

 

Korpsadjudanten.

 

 

 

 

Adjudant-Chef

D. Robbens

1992-2000

Adjudant-Chef

L. Pauwels

2000-2003

 

 

Korpskorporaals.

 

 

 

 

1ste Korporaal-Chef

F. Willems

1994-1997

1ste Korporaal-Chef

F. Van Der Verren

1997-2003

-------------------------------------------------------------------------------------------------

DE 35ste LUCHTDOEL BATTERIJ PARA-COMMANDO.

 

Het 35ste Artillerie Bataljon werd opgericht op 01 juni 1951 en nam de tradities over van de "Territoriale Dienst Bescherming tegen Vliegtuigen".

 

In 1992 werd het Bataljon bewapend met "MISTRAL" (MISsile TRansportable Antiaérien Léger).

 

In 1994 wordt het 35ste Bataljon ontbonden, doch één batterij behouden om de 35ste Luchtdoel Batterij Para-Commando te vormen.

 

De 01 juli 1994 start de Batterij met op de slagorde 8 officieren, 60 onderofficieren en 90 korporaals en soldaten, het merendeels komende van de 35 A, 62 A en de GVP Compagnie.

 

De Batterij kan onafhankelijk optreden en is uitgerust met 18 stukken MISTRAL.

 

De Batterij verzekert een bescherming tegen vliegtuigen tot op een hoogte van 2.000m. De optimale dracht bevindt zich tussen de 800 en 5.000m.

 

1999, een sectie in versterking bij het 2de Bataljon van de Commandos, neemt deel aan de NAVO operatie "Allied Harbour" in Albanië. Zij keert midden juli terug naar België. De Batterij neemt verder deel aan dezelfde operatie als versterking bij de 3de Regiment Lansiers Para.

 

Op 02 september 2002, wordt de Batterij 35AA ontbonden.

 

Tradities.

De Batterij (franstalig maar met een gedeelte van het personeel nederlandstalig) heeft de Commando tradities overgenomen : groene muts met het kenteken van de Brigade Para-Cdo waarop twee gekruiste raketten voorkomen en dezelfde kentekens op de kledij als deze van het 2de Bataljon van de Commandos.

 

Door Koninklijk besluit van 30 juli 1994, werd het Vaandel van het 35ste Artillerie Bataljon aan de Batterij toevertrouwd. Het Vaandel draagt de vermelding "Veldslag van België 1940".

 

Sinds 1997, is de Batterij gekoppeld met de 35ste Artillerie Para (uitgerust met dezelfde bewapening) van het 54ste Artillerie Regiment van het Franse Leger.

 

Kwartier.

De Batterij was gehuisvest in het Kwartier KNESSELAERE te Spich in Duitsland.

 

 

Korpsoversten.

 

 

 

 

Majoor

G. Vandeweye, Ir

1994-1996

Majoor

J-L. Hiel, Ir

1996-1998

Majoor

D.Peeters, Ir

1998-2000

Majoor

P. Darville

2000-2002

                                                                                                                     

 

Korpsadjudanten.

 

 

 

 

Adjudant-Chef

L. Hillaert

1994-1996

Adjudant-Chef

L. Bauwens

1996-2002

                                                                                 

 

Korpskorporaals.

 

 

 

 

1ste Korporaal-Chef

J. Bosmans

1994-1997

1ste  Korporaal-Chef

F. Bouckaert

1997-2000

1ste Korporaal-Chef

S. Jeanmenne

2000-2002

 

-------------------------------------------------------------------------------------------------

 

DE 210de LOGISTIEKE COMPAGNIE PARA-COMMANDO.

 

 De 210de Logistieke Compagnie werd op 01 juli 1983 te Arolsen (BSD/Duitsland) opgericht als ondereenheid van het 18de Logistieke Bataljon. Deze Eenheid was samengesteld uit de samenvoeging van de 210de Compagnie Materiaal en het 107de Peloton Bevoorrading en Vervoer.

 

In 1994 huisvest de Compagnie zich te Heverlee(Leuven) en wordt de 210de Logistieke Compagnie Para-Commando.

 

De 01 januari, wordt de Eenheid een onafhankelijk Korps en verzekert de logistieke steun van de Brigade Para-Cdo.

 

De Compagnie is verantwoordelijk voor de bevoorrading en het vervoer van:

- Kl I    (etenswaren);

- Kl II   (uitrusting, bewapening en materiaal);

- Kl III  (brandstoffen);

- Kl V  (munitie) ten voordele van de eenheden van de Brigade Para-Cdo. Zij is tevens 

            verantwoordelijk voor het onderhoud van de voertuigen van de Brigade.

 

Bestaande uit 10 officieren, 73 onderofficieren en 132 korporaals en soldaten, is de 210de Compagnie als volgt samengesteld:

- een Cel Staf en Diensten;

- een bevoorrading en vervoer peloton bestaande uit vijf secties;

- een technisch peloton belast met de organisatie van het werk der pelotons;

- een peloton bevoorrading, een peloton voor het onderhoud van de voertuigen;

- een peloton materiaal, een peloton bewaking;

- en een sectie NSE (Nationaal Support Element) wanneer de Brigade of een eenheid van de

  Brigade werkt in het internationale midden.

 

1999, vanaf de 17 april, is de helft van de Compagnie in steun van het 2de Bataljon van de Commando’s, en neemt deel aan de humanitaire operatie van de NAVO "Allied Harbour". Einde juli keert ze terug naar België, de andere helft van de Compagnie vergezeld het 3 de  Regiment Lansiers Para naar Albanië om de operatie "Allied Harbour" te beëindigen. Zij verblijft daar tot half augustus.

 

In september 2003, gaat ze over in het 20 Bataljon Logistiek (20 Bn Log) en wordt ontbonden.

 

Tradities.

De Compagnie (tweetalig) heeft de tradities van de Commando’s overgenomen, groene muts met kenteken van de Brigade Para-Cdo, met overdruk van de logistieke symbolen.

 

De kentekens op de kledij zijn de zelfde als deze van de Commando eenheden.


 

Kwartier.

Sinds 1994 was de 210 Cie Log Para-Commando geinstalleerd te HEVERLEE (LEUVEN).

 

 

Korpsoversten.

 

 

 

 

Majoor

P. Vandeput

1994-1998

Majoor

F. Cotton

1998-2001

Majoor

D. Laforce

2001-2003

                                                                                                                                            

 

Korpsadjudanten.

 

 

 

 

Adjudant-Chef

F. Meulemans

1994-1998

Adjudant-Majoor

A. Toremans

1998-2003

                                                                      

 

Korpskorporaals.

 

 

 

 

1ste Korporaal-Chef

M. Meire

1994-1997

1ste Korporaal-Chef

J. Davidovic

1997-2002

1ste Korporaal-Chef

G. Denis

2002-2003

 

 

Bibliografie

 

"GEEF ONS EEN SLAGVELD" door Carlo G. SEGHERS

Uitgever : Didier Hatier - 1984.

 

"RODE MUTSEN, GROENE MUTSEN" door Emile GENOT

Uitgever : Emile GENOT - 1986.

 

"GESCHIEDENIS VAN DE BELGISCHE S.A.S., COMMANDO EN PARA-COMMANDO REGIMENTEN", par Guy de PIERPONT et André LEFEVRE (3 volumes).

Editeur : Groupe GO & Co-1977.

 

 

 

Terug naar de bladzijde index